maandag 25 maart 2013

Geen doel is te ver als je plezier hebt in wat je doet! Wij staken onze hoofden bij elkaar...



Ooit, een lange tijd geleden, hoorde ik in een werkgroepavond met betrekking tot gelaatkunde, over een protocol dat werd gebruikt binnen de gelaatkunde om stap voor stap een hoofd te leren lezen. Eigenlijk was ik dat allang vergeten, of had er gewoon nooit meer aan gedacht. Totdat ik een tijdje geleden besloot om me op een andere manier met de gelaatkunde bezig te gaan houden. Mooi om te ervaren dat er dan ook mensen op je pad komen, die passen bij die nieuwe gedachte. De wet van de gedachtekracht: "dat wat aandacht krijgt groeit", blijkt ook zeker hier te gelden! 

Al sparrende over gelaatkundige zaken met één van mijn gelaatkunde maatjes, Theo (zie zijn eerdere gastblog over de craniometrie), kwam ineens weer het protocol naar boven drijven in mijn hoofd. En wat bleek nu... Het protocol is vele jaren geleden door hem ontwikkeld voor een afstudeerproject mbt de afronding van een opleiding. Ik had daar geen enkel idee van, wat een toeval! Theo heeft het protocol aan mij toegestuurd en ik ben ermee aan de slag gegaan.
Ik wilde van het bestaande protocol iets maken dat laagdrempelig toepasbaar zou zijn voor een brede groep binnen de gelaatkunde. Het vernieuwde plan moest snel te leren zijn, gemakkelijk toepasbaar, logisch, stap voor stap en niet al te ingewikkeld van opzet.
Met het geschreven protocol van Theo als leidraad heb ik erop los “geknutseld”. Het uiteindelijke schematische resultaat wilde ik, zoals altijd, uitgebreid testen en wel zo snel mogelijk! Heel wat wensen en doelen dus.

Gelukkig heb ik op mijn werk in het ziekenhuis een hele schare collega’s die zo lief zijn om zich zo nu en dan vol vertrouwen te onderwerpen als proefkonijnen. En ja hoor…afgelopen vrijdag was het de “testdag”. Een mooi groepje giechelende afwachtende collega’s die zich nieuwsgierig en vooral ook leergierig afvroegen wat die Boetzkes nu weer had bedacht….. 

Een kleine greep uit de lieve kinderzusters van het MMC

Na uitleg volgde de uitvoering en natuurlijk de oefening. Tot mijn verbazing pikte iedereen het protocol razend snel op en bleken mijn collega’s binnen 2 uur instaat tot een schematische basisanalyse, mijn doel was bereikt en dat met zoveel plezier!!!!!! 

Oefenen, oefenen, oefenen!
Met deze ochtend heb ik het schema voor analyse kunnen aanpassen en verfijnen tot een duidelijk en goed werkend protocol! Een protocol waarmee iedereen die een beetje kennis heeft van de gelaatkunde, een redelijke analyse boven water zou moeten kunnen krijgen.

Lieve collega's ik wil jullie nogmaals bedanken voor jullie komst en vooral voor de gezellige lachen-gieren-brullenochtend met veel mooie inzichten. Ik bof maar met zulke mensen om mij heen!!

donderdag 21 maart 2013

Bijt je hier maar in vast! De kaakoperatie van Cindy.

Een tijdje geleden kwam ik tijdens het zoeken van allerlei vormen kaken en kinnen voor mijn nieuwste cursus, een prachtige foto tegen van een meisje die een forse kaakoperatie had ondergaan. Het was een foto van voor en na de operatie. Een enorm verschil was zichtbaar! Ik heb me daadwerkelijk gelaatkundig zitten vergapen aan haar foto’s en besloot haar blog te gaan bezoeken. Daar zag ik tot mijn genoegen nóg meer foto’s en vanuit alle hoeken die ik gelaatkundig had willen bekijken, wat bijzonder!

Cindy voor en na de operatie
Innerlijk versus uiterlijk
Met de gelaatkundige wetenschap wat het uiterlijk voor het innerlijk (en omgekeerd) betekent, was ik erg nieuwsgierig geworden… Zou het inderdaad zo kunnen zijn dat naast de zichtbare uiterlijke veranderingen, Cindy óók innerlijke veranderingen had ervaren?
De kin en kaak staan namelijk voor hele specifieke zaken in het karakter. De kaak zegt iets over de motorische daadkracht van een persoon: hoeveel innerlijke drijfkracht heeft iemand om iets te doen of te ondernemen, iets naar buiten te brengen. Hoe verder de kaak naar voren neigt, hoe groter en sneller de drive zal zijn.
De kin zegt daarnaast iets over trots, ego en eigenwaarde: hoe kan (durf) je jezelf te laten zien naar buiten toe? Motorisch en energetisch gezien is de kin verbonden met de lage onderrug en bekken en de hoeken van de kaak met het nek- en schoudergebied. Zou het zo kunnen zijn dat Cindy na het ondergaan van de operatie lichamelijke klachten had ervan op deze plaatsten?

Onze ontmoeting...
Ik werd zo nieuwsgierig dat ik besloot om Cindy te mailen. Naast het feit dat ik haar wilde vragen of ik haar foto’s mocht gebruiken voor mijn cursus, was ik enorm benieuwd naar de eventuele innerlijke veranderingen. En zo geschiedde… een enthousiaste mailwissel én een afspraak om elkaar te ontmoeten! Wat ontzettend leuk!

Vandaag was dan de dag van onze “date”. Cindy verscheen: een prachtige zelfverzekerde en zelfbewuste jonge vrouw. Cindy vertelde mij levendig haar verhaal. Hoe zij tot het besluit was gekomen om deze heftige operatie te ondergaan is natuurlijk niet over 1 nacht ijs gegaan! Een aantal mooie zaken passeerden de revue. Het bleek dat ze ongeveer een jaar voordat de kaakoperatie plaatsvond, een neuscorrectie had ondergaan. Grappig bedacht ik me, de neus zegt iets over iemands individuele wilskracht! Willen en doen gaan samen, dus neus en kin ook!

Cindy en ik moesten natuurlijk ook even samen op de foto!

De kaakoperatie kwam dus een jaar na de neusoperatie en was heftig! (Voor wie interesse heeft, Cindy heeft alles uitgebreid beschreven, met foto’s en een filmpje op haar blog, zie: http://cindyskaakoperatie.blogspot.nl/ )
Haar haar boven en onderkaak werden doorgenomen en verplaatst naar voren. Het uiteindelijke resultaat is prachtig, namelijk een gezicht dat veel meer in balans is.
Cindy vertelde mij: “voor mijn operatie was ik een onzeker, teruggetrokken en introvert meisje. Ik durfde mijzelf niet te laten zien en vond mezelf helemaal niet mooi. De operatie heeft inderdaad veel met mij gedaan, zowel van buiten als van binnen. Ik ben als het ware getransformeerd en heb enorm veel over mezelf geleerd. Nu voel ik mij zelfverzekerd. Ik ben extravert, durf mezelf neer te zetten als persoon en ben op een feestje zelfs vaak een van de gangmakers!”

Röntgenfoto van Cindy's kaken en gebit, 1 dag na de operatie. Bron:http://cindyskaakoperatie.blogspot.nl/
Kaakfysio
Mijn vermoeden dat Cindy meer rug-, nek- en schouderklachten na de operatie zou kunnen hebben bleken waar! Cindy heeft nu vooral nog veel last van haar rechter kaakhoek (waar de kauwspier zich bevindt), daar staat nog altijd erg veel spanning op. Ze gaat er zelfs een aantal malen per week voor naar de kaakfysio, waarvan ik geen idee had dat die bestond!
De pijn van de kaakspier lijkt bij navraag aan Cindy inderdaad gerelateerd aan haar rechter- nek en schouder. Zou dit dan het laatste restje onzekerheid en ingehouden daadkracht kunnen zijn, gericht op de buitenwereld? (De rechterzijde van het gezicht is in de psychognomie gericht op de buitenwereld, de linker op ons privéleven.)
Cindy beaamde dat ze het soms nog nodig heeft om de bevestiging te krijgen van de omgeving. Haar idee van wat men van haar vond, heeft zich natuurlijk 20 jaar lang als een overtuiging in haar vast gezet. Ze kijkt dan weer eens goed in de spiegel naar het nu, naar de nieuwe en zelfverzekerde mooie Cindy. Zodat ze de oude Cindy langzaam en stap voor stap los kan laten, hopelijk net als haar laatste restjes lichamelijke pijn!

Lieve Cindy, hartelijk bedankt voor het delen van je verhaal en natuurlijk tot ooit!!

Cindy heeft haar eigen ervaringen op een hele leuke manier beschreven in haar eigen blogpagina! 
Zie:

http://cindyskaakoperatie.blogspot.nl/2013/03/op-consult-bij-gelaatkundige-peggy.html 

dinsdag 19 maart 2013

Houdt dit maar in je achterhoofd!

In de gelaatkunde is het achterhoofd de plek waaraan men kan zien wat iemands onbewuste motorische en sociale impulsen zijn. Hoe gaan wij om met onze vrienden, collega’s en met onze partner of ons gezin. Maar vooral ook: hoe gaan wij om met onszelf als mens!

Het achterhoofd is, net als het voorhoofd, in drieën te verdelen. Van boven naar beneden als volgt:


Bovenkant achterhoofd:
- Vervolmakingsdrang, blijven bij je eigen ideeën
- Streven naar vrijheid en onafhankelijkheid
- Voeten en knieën, benen, bekken

Midden achterhoofd:
- Lichamelijk uithoudingsvermogen en vaardigheid om iets tot stand te brengen
- Koppeling naar het bewustzijn en bewust handelen
- Borst, romp, organen

Onderkant achterhoofd:
- Seksuele driften en voortplantingsdrang
- Handen, armen en schouders
- Fijnere motoriek en “ik” ervaring
- Hormonaal gestuurd

In de hele schedelleer geldt dat wat naar buitenkomt aan schedelbot veel energie zal krijgen. M.a.w. waar het achterhoofd zichtbaar (of voelbaar) bol of boller is.

Met deze wetenschap kan iedereen bedenken dat een persoon met een bol achterhoofd, andere motorische en sociale impulsen zal kennen dan iemand met een plat(ter) achterhoofd. En dat is middels de kennis van de gelaatkunde en schedelleer in één handomdraai toepasbaar!


Meer weten? Meldt jezelf aan bij de drie daagse cursus Phrenologie die start op 2 april a.s bij de Blauwe Roos in Leende.www.blauweroos.nl



vrijdag 8 maart 2013

Het voorhoofd, hoe denk jij erover?

In de gelaatkunde is het voorhoofd de plek waaraan men kan zien op wat voor een manier men denkt. Iedereen weet dat elk persoon op zijn eigenwijze denkt. De een is een realist en gaat af op wat hij ziet, de ander kan goed speculeren of fantaseren. Een verschillende manier van denken kan tussen personen leiden tot onbegrip en conflicten. Wanneer je zou kunnen zien welke manier van denken een ander aanspreekt, kan je dat in positieve zin gebruiken bij bijvoorbeeld het ondersteunen van een werknemer, of het coachen van iemand.

Ik denk het!

De manier van denken is te duiden aan de hand van de vorm van het voorhoofd. Hiervoor verdelen we het voorhoofd grofweg horizontaal in drieën. Elk gedeelte van het voorhoofd staat voor een bepaalde manier van denken. Hoe groter het bepaalde deel, hoe meer aanwezig die manier van denken zal zijn.


Freestock foto


Het onderste gedeelte van het voorhoofd: waarnemen

Het onderste gedeelte van het voorhoofd heeft te maken met het waarnemen. Het betreft hier de wenkbrauwboog tot aan de eerste doorlopende rimpel in het voorhoofd.

In de wenkbrauwboog zitten allerlei frenologisch verklaarbare plekken die ervoor zorgen dat wij kunnen waarnemen. Een geprononceerde wenkbrauwboog geeft dus een talent aan op het gebied van waarnemen. Men gaat af op wat men zelf ziet en maakt van alle details één geheel. Het is een praktische en realistische manier van denken en deze personen zullen meestal snel en praktisch handelen.
Het middelste gedeelte van het voorhoofd: speculeren


Het middelste gedeelte van het voorhoofd: Speculeren

Het middelste gedeelte van het voorhoofd bevindt zich boven de waarneming tot aan de “bobbels” die zich bevinden aan weerskanten van het voorhoofd (protuberatia frontalis).

Dit gedeelte heeft te maken met het kunnen speculeren en het houden van overzicht: als ik dit doe…dan gebeurt er dat. Men kan conclusies trekken uit vorige ervaringen. Men handelt praktisch en gericht op mogelijkheden en oplossingen. Wanneer het midden voorhoofd groot en/of bol is, zal men langer de tijd nodig hebben om na te denken (te speculeren). Men kan dan goed overzicht houden en alles overzien.


Het bovenste gedeelte van het voorhoofd: moraal en fantasie.

Het bovenste gedeelte van het voorhoofd staat voor het theoretisch (en dat is wat anders dan realistisch) gericht zijn. Mensen met een groot boven voorhoofd zijn gericht op het moraal en ethisch denken. Fantasie en intuïtie spelen hierbij een grote rol. Wanneer het bovengedeelte van het voorhoofd sterk ontwikkeld is en het gedeelte van de de waarneming niet, loopt men het gevaar dat de gedachten uit de realiteit raken waarbij fantasie of niet realistisch denken de overhand neemt.

Bij kinderen zien we vaak dat het bovenste gedeelte van het voorhoofd het grootste is. De wenkbrauwboog groeit onder andere onder invloed van het hormoon testosteron, zo vanaf het zevende levensjaar. Daarnaast groeit de waarneming bij kinderen in meer of mindere mate, al naar gelang hoeveel energie erin gestopt is door het kind of gestopt mocht worden door de omgeving. De waarneming kan men bij kinderen stimuleren, onder-stimuleren (niet mogen uittesten van vorm, maat, gewicht dmv spelen, gooien, voelen) maar zeker ook over-stimuleren (geen grenzen aangeven mbt computeren en/of tv kijken of kinderen continue in een drukke omgeving laten zijn).

Bepaalde vormen van dyslexie kunnen te maken hebben met het niet goed getraind zijn van de waarneming. Voor deze kinderen is het lastig om te bedenken dat details (letters) één geheel (een woord) vormen. Energie steken in het oefenen van eigenschappen die het zien van details tot één geheel bevorderen ( bijv, vorm, maat, gewicht, kleur etc.) zou er dus voor kunnen zorgen dat deze vorm van dyslexie op jonge leeftijd nog kan verbeteren.

dinsdag 26 februari 2013

Het geheim in de psychognomie van Prof. Paul Bouts



In het begin van de twintigste eeuw werd de Frenologie weer populair. De jaren ervoor werd deze weggehoond door de wetenschappers van die tijd, maar... de Frenologie bleek taaier dan gedacht!

Hieronder leest u een leuk stuk hierover, geschreven door Theo Op den Kamp, een van de eerste leerlingen van Anette Müller.


Scientific Phrenology

Een van de grote voorvechters was Bernard Hollander (1864 – 1934). Hij werd geboren in Wenen en emigreerde later naar Engeland waar hij als psychiater en arts werkte in een hospitaal voor psychisch gestoorden.
Hollander week af van de traditionele Frenologie doordat hij het “bumpreading” (het aftasten van de schedel op bulten en kuiltjes om karaktertrekken te ontdekken) wegliet. Hij vond dat onzin en van geen enkele waarde. Hollander concentreerde zich helemaal op het meten van de omvang van bepaalde schedelgebieden. Honderden personen werden gemeten om een zo groot mogelijk statistisch gemiddelde te krijgen. Deze gegevens werden in een z.g. Craniogram geplaatst (zie afbeelding beneden) zodat hij bij elke nieuwe meting kon zien of deze persoon bij het gemiddelde lag.


Wie wint... Craniometrie 10, of Frenologie 42?

De Craniometrie had een groot “voordeel” ten opzichte van de 42 plekken die bij de traditionele Frenologie gangbaar waren. Met deze 10 meetpunten had je al de basisenergieën en basiscapaciteiten van de persoonlijkheid snel te pakken. Combinaties maken met 10 plekken is makkelijker dan combinaties maken met de 42 plekken van de Frenologie. Dat wil niet zeggen: ook beter!
Professor Paul Bouts en zijn neef Benny Bouts waren aanhangers van Hollander en gebruikten zijn meetmethode als onderdeel binnen de Psychognomie. Bij een analyse werd eerst een craniogram gemaakt en daarna pas werd de Frenologie erbij genomen. Het aftasten van de schedelgebieden werd wel toegepast maar zij gebruikten alleen die plekken waarvan ze zeker wisten dat deze correct waren. Omdat zij honderden personen analyseerden kwamen er toch subtiele verschillen bij de mensen tevoorschijn.

De Psychognomie heeft vele onderdelen die uit de traditionele Frenologie stammen overgenomen. Één onderscheid ten opzichte van de Frenologie is dat ook de combinaties van de craniometingen zijn erin verwerkt.

Anette Müller en de Psychognomie van de toekomst

In 1986 kwam Anette Muller in contact met Prof. Bouts. Ze leerde de methode zoals Bouts deze had ontwikkeld en was ook nog een van de weinigen die de craniometrie geleerd kreeg en toepaste. Ze begon bij haar analyses altijd met de craniometing en paste daarna het aftasten van de schedelplekken van de Psychognomie toe. Degenen die bij haar in het verleden ooit een analyse hebben laten uitvoeren zullen zich dit zeker nog kunnen herinneren.

De craniometrie werd door Anette niet in lesvorm gegeven maar de combinaties van de metingen werden wel in de lessen verwerkt. Een hele bekende combinatie is de verhouding van het boven-oor punt met het voor-oor punt.


De doodsteek van de Craniometrie en Frenologie

De methode van de craniometingen heeft het nooit gehaald als standaard methode binnen de psychiatrie van die tijd. De doodsteek voor de Frenologie was de ontwikkeling van de psychoanalyse van Sigmund Freud en zijn collega’s. Degene die het wel nog lang toepaste was Paul Bouts. Hij gebruikte het binnen zijn pedagogische activiteiten als leraar en als natuurgeneeskundig arts.


Craniometrie in de praktijk: Beginpunt van craniometingen


 




Als je kijkt naar deze foto zie je dat het begin van het meetpunt boven het oor begint (bi-auriculair punt). Dat was het beginpunt dat Hollander gebruikte. Benny Bouts nam een ander punt en wel het voor-oor punt (pre-auirculair punt). Voel eens vóór je oor met je vinger, daar is een kuiltje (kaak gewricht) en ga even iets omlaag zodat je op het bot bent. Dat is het voor-oor punt.

                             








Hollander en ook Benny Bouts gebruikten voor de metingen een meetlint (foto 1 t/m 10) en de Craniometer van Bertillon (foto 11 t/m 16).

                          




Meetlint
                             

Craniometer van Bertillon










              



   

Het Craniogram 

Onderstaande grafiek is een craniogram met twee vaste lijnen in getekend: één die het gemiddelde van de vrouwenschedel en één die het gemiddelde van de mannenschedel aangeeft. In het boek van Paul Bouts “De Psychognomie” kun je de tabellen vinden die de gemiddelden aangeven in verhouding met de schedelomvang. (De getallen 53 en 56 in de illustratie, is de maat in centimeters voor de schedelomvang, zie foto 1).

Uit het boek “De Psychognomie” van Professor Paul Bouts

Bij kinderen wordt de schedelomtrek metingen periodiek herhaald tot de peuterjaren. De schedelomvang en vorm groeit elk jaar tot de leeftijd van ongeveer 26 jaar. Daarna is de schedel uitgegroeid.


Hoe meet je in de craniometrie? Uitleg van enkele gebruikte meetpunten

Om het makkelijk te houden zal ik alleen die assen en meetpunten beschrijven die het meest gebruikt worden.

Hollander en ook Benny Bouts gebruikten voor de metingen een meetlint (foto 1 t/m 10) en de Craniometer van Bertillon (foto 11 t/m 16)

Metingen


De schedelomvang meting (foto 1) en de overlangse-boog meting (foto 2) worden genomen om de verhouding met de andere meetpunten vast te stellen. Niet alle schedels zijn immers gelijk!

1. Breedte van voor-oor punt tot voor-oor punt
Deze geeft de lichamelijke weerstand aan. Hoe breder de schedel op die plek hoe groter je herstel vermogen uit ziektes is zoals griep en verkoudheid.

2. Breedte boven-oor punt tot boven-oor punt (Foto 14)
Geeft de mate van mentale energie aan die zich opbouwt door stress en wanneer deze naar buiten komt in een agressieve actie.

3. Breedte van slaap- tot slaap (foto 13)
Geeft aan hoezeer je in staat bent om voor jezelf op te komen. Het wordt genoemd “positief egoïsme”. Hoe assertief ben je?

4. Breedte achterkant boven schedel (foto 16)

Hoe preventief denk je en hoe hou je de omgeving in de gaten op gevaar.

5. Breedte wenkbrauwboog (foto 12)
Van hoeveel details in je omgeving ben je je bewust.

6. Lengte over het eind voorhoofd (foto 5)

Oorzakelijk denken. Je zoekt altijd naar het waarom, filosofisch denken.

7. Boog lengte over begin haargrens (foto 6)
Geeft de mate van welwillendheid aan. Hoeveel doe jij voor je naaste en heb je het goed met hem voor.

8. Verticale boog over top van de schedel (foto 7)
Geeft je drang naar perfectie aan. Alleen het allerhoogste wordt geaccepteerd en niets minder.

9. Lengte bovenste gedeelte van het achterhoofd (foto 8)
Geeft de mate van eigenwaarde aan. Hoe trots je kunt zijn.

Combinatie kracht

De kracht van deze methode ligt in de combinaties van de metingen. De uiteindelijke waarde van de craniometrie ligt in degene die hem gebruikt. Het is een zeer goede aanvulling op de Frenologie. Het maakt de karakteruitleg specifieker en subtiliteiten worden nog beter weergegeven.

Tot slot

Zoals je weet geeft Peggy een driedaagse over de Frenologie. Daar worden enkele van de meest voorkomende combinaties en daarnaast nog meer meetpunten uitgelegd.

Het gaat om de combinaties die te zien zijn, waarvoor je dus geen craniometer nodig hebt. Niet iedereen heeft per slot van rekening een craniometer thuis liggen tegenwoordig!



Geschreven door:

Theo Op den Kamp

Profiling the personality of the future...

zondag 24 februari 2013

Ziet u iets over het hoofd? Ogen en neus nader bekeken......



In de phrenologie, de schedelleer, kijken we naar de schedelvormen van een persoon. Ook het gezicht is een onderdeel van de schedel. Het gezicht krijgt zijn uiterlijk dankzij de vormen van schedelbotten en spieren. Voorhoofd, oogkassen, neus, kin en kaak krijgen onder invloed van allerlei factoren in en om een mens de individuele vorm waaraan wij iemand herkennen.



Het gezicht: de ogen

De ogen liggen deels beschermend verborgen in de schedel en worden terecht de spiegels van onze ziel genoemd. De levensenergie (Helioda/ Chi/ Ki) is namelijk zeer zichtbaar in onze ogen. Helderziende personen (maar ook kinderen en dieren) kijken daarom vaak in de ogen om “de ziel” in een mens te "voelen" en te "zien". Onze levensenergie kan naar buiten of naar  binnen gericht zijn. Ogen kunnen stralen (bij verliefd/gelukkig zijn) of zijn mat (bij pijn of verdriet).

Ogen dienen in eerste instantie als waarnemingsorganen. Naast de ogen speelt ook de wenkbrauwboog bij het waarnemen een grote rol volgens de phrenologie. Het kijken of waarnemen kan op verschillende manieren. Je kan bijvoorbeeld kijken hoe groot iets is en inschatten hoe zwaar het zou kunnen zijn. Je kan bekijken en schatten of het ergens inpast. Je ziet de kleur en weet of het staat in je interieur. Je kan iets grofweg zien, of juist heel gedetailleerd.
Het waarnemingsvermogen van de ogen is één van de z.g. “lagere” intellectuele krachten: het is in eerste instantie een objectief waarnemingsvermogen. D.w.z. we zien eerst via de ogen en dat wat wij waarnemen gaat via zenuwbanen naar bepaalde delen van onze hersenen. Daar zal het beeld pas een subjectiever karakter krijgen in de vorm van gedachten.
De mate waarin en waarop een individue iets kan waarnemen is zichtbaar aan het bot rondom de ogen en phrenologisch verklaarbaar.

Het gezicht: de neus

De neus zegt iets over iemands individuele persoonlijkheid en wilskracht.
Het neusbot, ontwikkelt zich langzaam maar zeker in de kinderjaren onder invloed van geestelijk-, motorisch- en lichamelijk willen. Een kind wordt in het leven onder andere gedreven door dat wat de omgeving van hem of haar wil en vindt.  

Bij een kind dat zich (flink) heeft moeten (of mogen) inzetten, zal het neusbot langzaam maar zeker omhoog komen. Deze ontwikkeling voltrekt zich zo rond het zevende levensjaar tot na de puberjaren, de periode waarin een kind zich voor een belangrijk deel ontwikkelt tot een zelfstandige persoonlijkheid.
Bij pubers heerst daarom doorgaans ook de wilskracht: verhoudingsgewijs hebben ze vaak een grote neus. Ze willen van alles, maar kunnen niet alles goed overzien en dat wat ze willen ook tot uitvoering brengen.
Wanneer een persoon zich in zijn kinderjaren niet optimaal heeft kunnen ontwikkelen tot een zelfstandig persoon, zien we dat het neusbot achter blijft in de groei, waardoor een volwassen persoon de kinderneus behoudt.

Bovenstaande is slechts een klein gedeelte van wat aanbod zal komen in de praktische 3 daagse cursus phrenologie die gegeven zal worden vanaf 2 April. 

(Veel :-) Meer weten? Doe mee aan deze super leuke, interessante en vernieuwende cursus! 

Zie voor meer info:






donderdag 7 februari 2013

Het hoofd, breed uitgemeten


Geen enkel hoofd is hetzelfde. Hoofden zijn lang, rond, vierkant smal of juist breed. Gevoelsmatig doet de vorm van een hoofd al iets met je. Alleen al door ernaar te kijken. Zonder je bewust te zijn van wat het gelaatkundig zou kunnen inhouden.

De vorm van het hoofd wordt met name in de kinderjaren bepaald. Naast de genetische invloed, speelt ook de houding waarop een kind in bed wordt gelegd een rol. Buikliggers hebben logischer wijze een hele andere schedelvorm dan de rugliggers van tegenwoordig. De afgeplatte schedel komt daarmee veel meer voor (MET karakterkundige gevolgen, maar daarover een andere keer meer). Hoofdjes zijn soms zelfs zodanig plat, dat de medische wereld het regelmatig nodig acht een z.g. redressiehelm aan te laten meten, in een poging het hoofd wat symmetrischer of minder afgeplat te maken. http://www.i-am-pregnant.com/encyclopedia/Babies/Flat-Head-Syndrome
 
Kijkende naar de schedelvormen heeft een hoofd ons heel wat te vertellen!  Iets waar je zeker géén gelaatkundige voor hoeft te zijn, is het kijken en het waarnemen of een hoofd breed is of niet. Voor de standaardnorm zijn er geen getallen. Ieder mens is natuurlijk uniek en is het dus belangrijk om te kijken naar verhoudingen. Vanuit je gevoel weet je best wat er breed uitziet, of juist smal.

Gelaatkunde gaat ervan uit dat alles wat breed is meer dan gemiddeld weerstand heeft of geeft. Mensen met een breder hoofd zijn minder vaak en lang ziek, hun lichamelijk herstelvermogen is chemisch gezien sneller met het opruimen van afvalstoffen.
Naast het hebben van weerstand, geven breedhoofden meer dan gemiddeld weerstand aan de buitenwereld, bijvoorbeeld door het vaker niet eens te zijn met de omgeving. Ze hebben meer behoefte aan lichamelijk bewegen (kijk naar sporters!) en worden als drukker van aard ervaren. 


Bovenstaande eigenschappen gelden overigens ook voor kinderen klein of groot. Uit jaren lange ervaring  kan ik u vertellen dat de baby’s met het breedste hoofd harder huilen als ze honger hebben en hun hele lichaam inzetten om iets duidelijk te maken aan hun omgeving. Peuters met een breed hoofd, hebben een sterke behoefte aan bewegen. Ze zijn drukker met spelen, “wilder” met hun motoriek en kunnen moeilijker stilzitten. Pubers met een bovengemiddeld breed hoofd geven aan dat ze er zelfs vaak plezier in hebben om “uit te dagen” dmv tegendraads gedrag. (Denk aan de “buurt-etter”van vroeger…;-)

Ook de wetenschap is het opgevallen dat het al dan niet hebben van een breed ogend gezicht, een invloed heeft op dat wat wij verwachten van een persoon. (Bad to the bone,facial structure predicts unethical behavior: http://rspb.royalsocietypublishing.org/content/early/2011/06/29/rspb.2011.1193.full )

Kijk in de spiegel, kijk om je heen! De ervaringen zijn altijd welkom via een reactie!